De Gezondheidsraad is to-to-totaal van de blauwe knoop geworden
De Gezondheidsraad adviseert de regering om alcoholgebruik te 'denormaliseren', vergelijkbaar met de aanpak van tabak. Dit opiniestuk beschouwt de mogelijke gevolgen voor de horeca en het maatschappelijk debat.
Gaan kroegen en slijterijen de weg op van de sigarenwinkel?
De strijd tegen alcoholgebruik stamt al uit de negentiende eeuw. Ooit was het een soort bekering als je de drank afzwoer. Dat gebeurde op grote opwekkingsbijeenkomsten waarin de verslaafden naar voren kwamen en beloofden een nieuw leven te beginnen. Op een grote manifestatie van de Preston Temperance Society in 1833 hield de begeesterde activist Dicky Turner een toespraak waarin hij iedereen opriep t-t-t-totaal van borrel en bier af te zien. Sindsdien heten drankbestrijders in het Engels teetotallers. In Nederland ben je dan van de blauwe knoop, naar het insigne dat de Nederlandse afschaffers droegen.
Behalve Dicky Turner verdient ook Thomas Cook hier genoemd te worden. In 1841 organiseerde hij voor honderden teetotallers een reis naar een grote bijeenkomst in een gehuurde trein. Dat smaakte naar meer en hij werd de uitvinder van het reisbureau en het georganieerde toerisme.
De omvang van de drankbestrijding mag niet worden onderschat. De Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken was een echte massabeweging. In de eerste helft van de twintigste eeuw hielden drankbestrijders grote massademonstraties bijvoorbeeld om "plaatselijke keuze" te eisen: referenda op gemeentelijk en wijkniveau over de vraag of kroegen en slijterijen mochten worden toegelaten.
Die eis is nooit verwezenlijkt. Wel kun je tot op de huidige dag vaststellen, dat buurten van voor pakweg 1910 veel meer horeca kennen dan later gebouwde wijken. Dat komt omdat progressieve gemeentebesturen daar destijds weinig vergunningen afgaven voor cafés.
Ook is drank door de overheid bewust veel duurder gemaakt door steeds hogere accijnzen. De liefhebber van een borrel in Nederland spekt al sinds jaar en dag vooral de staatskas.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de drankbestrijding een zaak van een slinkende groep activisten. Een borrel, een biertje, een wijntje en soms meer dan een hoorden bij het leven in het allengs rijker wordende Nederland, net als sigaretten, sigaren, shag en pijptabak.
Tegenwoordig is alles wat met nicotinegebruik te maken heeft, nog net niet gecriminaliseerd. De alcohol is die dans tot nog toe goeddeels ontsprongen. Van een massale afwijzing zoals van de sigaret, is geen sprake. Toch zijn er al maatregelen genomen, bijvoorbeeld het verbod alcohol te schenken aan personen van beneden de achttien.
Nu lijken de distillateurs, de caféhouders en de slijters toch aan de beurt te komen. De Gezondheidsraad heeft een advies gepubliceerd waarin ze zelfs het drinken van een glaasje al een aanslag op de gezondheid noemt. Men heeft het over zeven soorten kanker, zonder die soorten te specificeren. Men noemt alcohol met zoveel worden minstens zo gevaarlijk als nicotine. En dat niet alleen: ze roept de regering op het biertje, het borreltje, het wijntje te "denormaliseren". Zoals dat gelukt is met tabak. Geen gastheer zal nog na de maaltijd een kistje sigaren rond laten gaan. Nu komt ook de port aan de beurt.
Als dit advies aanslaat, komt de strijd tegen het drankgebruik opnieuw tot leven. Dat is buitengewoon slecht nieuws voor de horeca, die dan aan steeds meer beperkingen wordt onderworpen, zoals dat met de sigarettenwinkels al is gebeurd. Wie alcoholgebruik wil denormaliseren, moet de kroegen aan strikte openingstijden onderwerpen en bovendien ongezellig maken. Die moet elke reclame voor bier, wijn en sterke drank verbieden, de producenten verplichten gezondheidswaarschuwingen op de etiketten te plaatsen. En die zullen dan zeer eenvormig en saai zijn. Drank is link. Drank is gevaarlijk. Met een biertje in de hand laat je zien een zwak persoon te zijn.