Direct naar inhoud

Volautomatisch geproduceerd. Artikelen op Nosgemist worden door AI uit buitenlandse bronnen vertaald en herschreven, zonder menselijke redactie. Lees de disclaimer en de transparantiepagina voor de werkwijze.

nieuwe artikelen
Hoe goed bedoeld beleid een nieuwe elite schiep en de kosten deponeerde bij de werkende klasse
Politiek Wynia's Week 🇳🇱

Hoe goed bedoeld beleid een nieuwe elite schiep en de kosten deponeerde bij de werkende klasse

Een analyse van hoe regelgeving die maatschappelijk goed bedoeld is, in de praktijk vooral voordelen oplevert voor hoogopgeleiden en kenniswerkers, terwijl de kosten breder worden gedragen.

3 min Wynia's Week (NL) 👁 10 centrum-rechts-heterodox

In het voorjaar van 1964 liep Kees Dijkstra, 38 jaar, een Ford-dealer in Vlaardingen binnen. Kees werkte bijna twintig jaar als gereedschapsmaker en samen met zijn vrouw Anja had hij jarenlang kleine bedragen apart gezet. Die dag kochten ze een donkerblauwe Ford Taunus.

Dat was geen luxe. Het was het bewijs van iets: dat hard werken en spaarzaamheid ergens toe leidden. Dat de welvaart die Nederland na de oorlog opbouwde, ook bij mensen als Kees terechtkwam en hij met zijn gezin op vakantie kon. In die tijd was dat voor miljoenen arbeiders een reële belofte. Niet voor niets zei de toenmalige PvdA-leider Joop den Uyl in de jaren zestig dat 'alle mensen recht hebben op een eigen auto voor de deur, óók de arbeiders'. De auto gold toen als symbool van gedeelde vooruitgang, niet als klimaatprobleem of statussymbool van ongelijkheid.

De reguleringseconomie en haar verborgen herverdeling

Maar met de groei van het wagenpark groeide het maatschappelijk draagvlak voor regulering: veiligheidsstandaarden, emissienormen, certificeringsvereisten, consumentenbescherming. Afzonderlijk was veel van die regelgeving verdedigbaar. Minder verkeersdoden en schonere lucht zijn reële maatschappelijke verbeteringen. Maar de cumulatieve economische logica ervan werd zelden eerlijk benoemd.

Tegenwoordig bestaat 20 tot 30 procent van de kostprijs van een nieuwe auto uit compliance-gerelateerde kosten: veiligheids- en emissiesystemen, certificering, administratieve verplichtingen, juridische conformiteit. Die kosten worden breed gedragen door consumenten — maar de inkomens die eruit voortkomen concentreren zich smal bij hoger opgeleiden: juristen, consultants, beleidsmakers, toezichthouders, compliance-specialisten.

De econoom Bruce Yandle beschreef dit mechanisme al in 1983 onder de noemer 'Bootleggers and Baptists': moreel gemotiveerde regelgeving en economisch eigenbelang van gevestigde partijen versterken elkaar structureel. De Baptisten leveren de legitimatie; de Bootleggers incasseren de opbrengst. Toegepast op de reguleringseconomie: progressieve beleidsmakers leveren de morele framing; kenniswerkers en beleidsprofessionals incasseren de werkgelegenheid en de status.

Dit is geen complot. Het is een systeem met een ingebouwde zwaartekracht. Meer regelgeving schept meer gespecialiseerde functies, meer uitvoeringsorganisaties, meer adviesbehoefte — en daarmee ook meer mensen die economisch afhankelijk worden van verdere uitbreiding van hetzelfde systeem. De kosten van die complexiteit worden breed gedragen. De baten concentreren zich.

Van arbeiderspartij naar Brahmin Left

Tegelijk veranderde de sociologische basis van links — een proces dat de politicoloog Thomas Piketty in zijn studie Capital and Ideology (2020) beschreef als de opkomst van de Brahmin Left: een hoogopgeleide, cultureel-progressieve elite die de traditionele arbeiderspartijen heeft overgenomen en haar eigen belangen en waarden als universeel presenteert.

De verschuiving is empirisch goed gedocumenteerd. Piketty toont aan hoe kiezers met universitaire opleiding in vrijwel alle westerse landen — van de VS tot Nederland, van het VK tot Zweden — in de loop van de jaren tachtig en negentig massaal naar centrum-linkse partijen zijn gegaan, terwijl de laagst opgeleide kiezers zich er juist van afkeerden. Wat ooit arbeiderspartijen waren, zijn nu diplomapartijen.