Direct naar inhoud

Volautomatisch geproduceerd. Artikelen op Nosgemist worden door AI uit buitenlandse bronnen vertaald en herschreven, zonder menselijke redactie. Lees de disclaimer en de transparantiepagina voor de werkwijze.

nieuwe artikelen
Ik ben een kind van de staat
Politiek Joop 🇳🇱

Ik ben een kind van de staat

Een persoonlijk getuigenis van iemand die als pasgeborene werd afgestaan onder het Nederlandse afstandsmoeders-beleid (1956-1984). De auteur reageert op de officiële excuses van het kabinet en beschrijft de levenslange gevolgen van dit systeem.

3 min Joop (NL) 👁 1 links-opinie

Afgelopen week bood staatssecretaris Claudia van Bruggen namens het kabinet excuses aan de vijftienduizend zogenoemde afstandsmoeders: ongehuwde meisjes en vrouwen die tussen 1956 en 1984 door kerken, familie, hulpverleners en de Raad voor de Kinderbescherming onder druk werden gezet om hun pasgeboren kind af te staan.

Een vriendin appte me: "Wat doet dit met je?"

"Niets," antwoordde ik.

Mijn geboorte achter het barbaarse witte laken kan ik me tenslotte niet herinneren. Dat stuk primitief linnen was onderdeel van een hardvochtig beleid. Ongehuwde moeders mochten tijdens de bevalling geen enkel contact hebben met hun baby. In mijn geval was dat in 1968. Kerken, familieleden, maatschappelijk werkers en zelfs de Raad voor de Kinderbescherming vonden dat ik niet hoefde te zien uit wie ik werd geboren. Mijn moeder mocht evenmin weten wat er uit haar lichaam kwam. Sommige ongehuwde vrouwen werden tijdens de bevalling zelfs geblinddoekt.

De vergelijking met de Emmy Award-winnende The Handmaid's Tale dringt zich op. In die dystopische wereld zijn vrouwen al hun rechten kwijt. Vruchtbare vrouwen worden gedwongen kinderen te baren. Net als in Nederland werden daar speciale huizen voor ingericht. Net als in Nederland was het systeem volledig georganiseerd rond het afpakken van kinderen. Net als in Nederland verdwenen baby's direct na de bevalling naar gezinnen die wél aan de norm voldeden. Ik werd een kind van de Nederlandse staat.

Van het kraambed verdween ik naar een nonnenklooster. Daar moest ik wachten op een nieuw gezin. Een kerkelijk, gehuwd gezin. Mijn nieuwe ouders voldeden aan alle voorwaarden en werden geschikt bevonden voor adoptie. Jarenlang kreeg ik te horen dat ik dankbaar moest zijn. Dankbaar dat zij voor mij wilden zorgen. Rond mijn zesde greep de Raad voor de Kinderbescherming opnieuw in. Goddank. Ik werd uit huis geplaatst. Het gezin bleek toch niet geschikt.

Met een gehavend lichaam vol littekens en een diepe angst voor mijn opvoeders werd mijn jeugd een aaneenschakeling van verplaatsingen: kinderpsychiatrische ziekenhuizen, orthopedagogische behandelcentra, pleeggezinnen, crisisopvang en uiteindelijk een jeugdpsychiatrisch ziekenhuis. Altijd bleef ik verlangen naar mijn moeder. Dus nee, ik hoef geen excuses van Claudia van Bruggen. Ook niet namens het kabinet.

Mijn fundament werd afgepakt. Mijn identiteit gestolen. De grond onder mijn voeten weggeslagen. Mijn eigenheid werd mij doelbewust ontnomen. Mijn oorsprong, mijn familie, mijn bestaansgrond. In ruil daarvoor kreeg ik een hechtingsstoornis, concentratieproblemen, leerachterstanden een identiteitscrisis en suïcidale gedachten. Alsof mijn ziel was leeggeroofd.

Het overkwam nog vijftien- tot twintigduizend kinderen in Nederland. We werden als pasgeboren kalfjes in witte bakken gelegd en konden onze moeders alleen nog horen loeien.

Zoiets tekent een leven.

Nog steeds vraag ik me af of ik zelf wel een goede moeder ben. Of de liefde die ik mijn kinderen geef dezelfde liefde is als die andere mensen vanzelfsprekend lijken te kennen. Daarom vind ik excuses zo goedkoop. Je kunt niet eerst doelbewust een huis in brand steken en daarna sorry zeggen. Ik ben Godsamme Nelson Mandela niet! Ik ben een kind van de staat. De dochter van een weldenkend systeem dat mijn moeder uit mijn leven verbande, uitsluitend omdat zij niet getrouwd was. Ik kreeg van de Nederlandse staat, van de kerk en van de Raad voor de Kinderbescherming een leven zonder familie. Zonder broers, zussen, ooms en tantes. Elk jaar mocht ik in een andere instelling jarig zijn. Elk jaar opnieuw moest ik beginnen op een andere school. Ik moest opgroeien tussen andere beschadigde, verlaten en psychiatrische kinderen en toen ik zelf stuk was kreeg ik persoonlijkheidsproblemen als toegift.

Daar past geen sorry bij.

Pas rond mijn dertigste rondde ik mijn hbo-opleiding cum laude af. Daarna ging ik werken in d