Misleidende mediaberichten over Israël jagen antisemitisme aan
Een Nederlandse opiniecolumnist stelt dat misleidende mediaberichtgeving over Israël antisemitisme in Nederland aanwakkert, en roept media op tot evenwichtiger verslaggeving van het Israëlisch-Palestijns conflict.
Met tranen in mijn ogen luisterde ik deze week naar de NRC-podcast over Joods leven in Nederland en las ik de interviews die daarbij verschenen. Ik herkende gezichten. Ik herkende namen. Veel van de geïnterviewden ken ik persoonlijk. Maar bovenal herkende ik hun verhalen. Hun verhalen zijn ook mijn verhalen — en niet alleen die van mij. Ze zijn de verhalen van ontzettend veel Joodse Nederlanders. Voor mensen die zich afvragen hoe het is om in 2026 Joods te zijn in Nederland, geven deze interviews een eerlijk en pijnlijk inkijkje in een werkelijkheid die voor velen buiten onze gemeenschap grotendeels onzichtbaar is gebleven.
Hoe is het om nu Joods te zijn in Nederland? – NRC/Luisteren! Beklemmende bekentenissen. Schaamte vervult mij als niet-Joodse Nederlander (1946) dat de Joodse gemeenschap opnieuw zich niet vrij en veilig kan bewegen en nu in een onbezet (!) Nederland.
Want Joods leven in Nederland is veranderd. Er is een leven voor en een na 7 oktober. Niet omdat antisemitisme daarvoor niet bestond — veel Joden kennen de opmerkingen uit hun jeugd, de scheldwoorden, de grapjes, de Holocaustvergelijkingen, het gevoel anders te zijn. Maar sinds 7 oktober is er iets verschoven. Voor veel Joden is de vraag niet langer óf ze met antisemitisme te maken krijgen, maar wanneer. De één ervaart het heftiger dan de ander. Dat hangt af van waar je woont, waar je werkt, of je kinderen hebt, naar welke school ze gaan, hoe zichtbaar je bent als Jood en of je een publieke stem hebt. Maar vrijwel iedere Jood in Nederland kent inmiddels zijn eigen versie van deze verhalen.
Vriendschappen die veranderen. Mensen die stil blijven wanneer Joden worden bedreigd, maar wel luid hun stem laten horen over Israël. Kinderen die op school worden aangesproken op een oorlog duizenden kilometers verderop. Ouders die zich afvragen of een Joodse school nog wel veilig genoeg is. Joodse kinderen die zich onveilig voelen op openbare scholen en universiteiten. Mensen die hun Davidster of ketting met hun naam in het Hebreeuws onder hun kleding dragen. Mezoeza's die niet meer zichtbaar aan de deurpost hangen, taxi's die onder een andere naam worden besteld, social media-accounts die worden afgeschermd of waarop andere namen worden gebruikt.
Hebreeuws dat zachter wordt gesproken. Foto's waarop bewust herkenbare achtergronden worden weggehaald. Berichten die pas worden geplaatst wanneer mensen allang weer thuis zijn, zodat niemand kan zien waar zij zich op dat moment bevinden. Locaties die niet meer worden gedeeld. En de voortdurende afweging: vertel ik dat ik Joods ben, of laat ik het deze keer maar zitten? Dat klinkt voor veel Nederlanders misschien overdreven — tot je beseft dat Joodse mannen in Nederland worden uitgescholden, bespuugd, bedreigd en zelfs mishandeld omdat ze een keppel dragen, dat synagogen al jarenlang worden bewaakt en dat Joodse scholen niet alleen beveiligd worden, maar dat die beveiliging steeds verder is opgevoerd.
Wat ooit uitzonderlijk was, is inmiddels normaal geworden. Beveiligers, camera's, strengere protocollen en extra maatregelen zijn onderdeel geworden van het dagelijks leven van kinderen die gewoon naar school zouden moeten kunnen gaan. Ouders leren hun kinderen alert te zijn. Sommige mensen verwijderen hun mezoeza's omdat ze bang zijn hun gezin onnodig zichtbaar te maken. Mensen denken bewust na over of ze nog Hebreeuws spreken in het openbaar. Velen denken na over emigratie. Dat zijn geen theoretische discussies — dat is het dagelijks leven van echte mensen. Juist daarom ben ik blij dat NRC deze verhalen heeft gepubliceerd, want deze verhalen verdienen het om gehoord te worden.
Maar juist daar begint voor mij ook een tegenstrijdig gevoel. Want dezelfde krant die nu aandacht besteedt aan de