Vrouwen zijn al eeuwenlang hét hondenfluitje van extreemrechts
Socioloog Jacob Boersema analyseert hoe extreemrechts vrouwen — vooral witte vrouwen — historisch heeft gebruikt als symbool van zuiverheid en nationale bescherming, van kolonialisme tot hedendaagse anti-migratieprotesten.
Witte vrouwen die afgeschilderd worden als puur, als veel progressiever dan moslimvrouwen, als moeder van het volk: de vrouw heeft altijd symbolische waarde gehad binnen racisme en fascisme, schrijft socioloog Jacob Boersema. 'De geschiedenis leert: hoe scheller het hondenfluitje van 'bescherming' klinkt, hoe belangrijker het is om er tegenin te gaan.'
'Zijn onze vrouwen en kinderen nog wel veilig', stond er afgelopen week op een groot spandoek bij een 'vrouwenmars' tegen de komst van asielzoekers in Hellevoetsluis. Op sociale media en in talkshows klonk verbazing: hoe kan het dat zoveel vrouwen zich aansluiten bij dit soort protesten?
Die verbazing zegt minder over extreemrechts dan over ons eigen hardnekkige beeld van vrouwen. De rol van vrouwen als symbool én als actieve deelnemers aan racistische en koloniale projecten is namelijk structureel, en kent een lange en vaak onderschatte geschiedenis.
Witte vrouwen speelden altijd een belangrijke rol in kolonialisme, slavernij, racisme en fascisme
Nog altijd bestaat het idee dat vrouwen van nature gematigder, vreedzamer of progressiever zouden zijn dan mannen. Soms zijn ze dat ook in hun politieke stemgedrag, maar witte vrouwen speelden altijd al een belangrijke rol binnen kolonialisme, slavernij, racisme en fascisme. Niet ondanks hun vrouw-zijn, maar juist dankzij hun vrouw-zijn en de symbolische betekenis die aan vrouwelijkheid wordt gegeven.
Extreemrechts begrijpt dat goed. Vrouwelijkheid verzacht, legitimeert en normaliseert. De bezorgde moeder oogt minder bedreigend dan de agressieve man met een fakkel. Maar achter dat zachtere beeld schuilt dezelfde historische obsessie met nationale zuiverheid, racisme en dominantie.
Binnen patriarchale samenlevingen stonden witte vrouwen lange tijd formeel onder mannen, maar tegelijkertijd profiteerden zij wél van koloniale en raciale machtsstructuren. Juist dat dubbele karakter maakt hun historische rol soms ingewikkeld om te zien: witte vrouwen konden slachtoffer zijn van seksisme én deelnemen aan systemen die andere groepen onderdrukten.
Witte vrouwelijkheid werd in de Westerse samenleving voorgesteld als het morele centrum van de beschaving: kwetsbaar, beschaafd en het waard om beschermd te worden. Dat beeld had grote politieke gevolgen.
Zo functioneerde de witte vrouw in koloniale samenlevingen als symbool van puurheid. Gekoloniseerde mannen werden daartegenover neergezet als primitief, seksueel agressief en gevaarlijk. De vermeende bescherming van witte vrouwen werd zo een excuus voor geweld, segregatie en koloniale controle.