De oorlog tegen de vreugde
Een groep rechtse Kamerleden, onder leiding van VVD-lid Bart Bikkers, wil toeterend verkeer na sportieve overwinningen harder aanpakken. Dit opiniestuk betoogt dat deze regelzucht vooral gericht lijkt tegen culturele uitingen van migrantengemeenschappen en symptomatisch is voor een politiek die spontane vreugde wil reguleren.
Nederland krijgt er weer een regel bij. Dit keer is de feestvreugde aan de beurt. Onnodig toeteren in het verkeer moet harder worden aangepakt. Want als het – op initiatief van de VVD - aan de Kamerleden van CDA, PVV, plus nog enkele rechtse eenlingen ligt (tezamen een meerderheid in de TK) mag een blijde overwinning nog wel worden gevierd, zolang dat maar fluisterend gebeurt. Juichen mag, maar niet te hard, het liefst binnenshuis, achter goed geïsoleerd glas. En toeteren, dat al zeker niet meer.
Als voorbeeld noemt Bart Bikkers (VVD) de Boerenprotesten, Turkse bruiloften en Marokkaanse voetbalvreugde. Maar elke goede verstaander weet dat achter zijn liberale tong een geborneerde repercussie schuilt op vooral die laatste groep. Want hoe halen die supporters het in hun hoofd om telkens na een overwinning van de Atlasleeuwen toeterend door de straten en pleinen te trekken? Dus laten we het maar verbieden. Maar hoe dan? Simpel: met de naald en draad waarmee we onze maatschappijen al decennialang de mond snoeren: veiligheid. Toeterende auto's geven plotseling zéér onveilige situaties in het verkeer.
Roekeloosheid moet worden aangepakt, zeker. Niemand verdedigt gevaarlijk rijgedrag of eindeloze geluidsoverlast. Maar vraagt zoiets niet gewoon om handhaving van plaatselijke excessen in plaats van een landelijke wettelijke kruistocht tegen alles wat een kleurrijk feest hoor- en zichtbaar maakt.
Een cultuur herken je niet a priori aan wetten, maar aan geluiden. Al eeuwenlang worden overwinningen gevierd met klokken, trompetgeschal, trommels en kanonschoten. Overal ter wereld trekken bruiloften zingend en joelend door straten. Worden kampioenen luid onthaald en wegen afgezet. Want ja, feestlawaai is geen verstoring van het leven, ze is het leven zélf.
Daarom lijkt deze onbezonnen drift van Haags rechts om iedere spontane vreugde te reguleren symptomatisch voor een politiek die zich alsmaar dieper ingraaft in de bunker van wufte verboden, ijzige protocollen én: bureaucratische miezerigheid. Iedere menselijke uiting van blijdschap en uitbundigheid moet het liefst eerst gesmoord worden langs loketten, vergunningsformulieren, geluidsmeters en een batterij boa's.
Maar ik geef toe: een land dat wakker ligt van een toeter na een voetbalpotje, heeft inderdaad een groot probleem. Niet met de toeter, maar met zichzelf.