Gezondheidsraad negeert waarschuwingen uit heel Europa over puberteitsremmers
De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert het huidige beleid rond puberteitsremmers voor genderdysfore jongeren voort te zetten, terwijl een groeiend aantal Europese landen deze behandeling aan banden legt of stopzet.
Terwijl een groeiend aantal Europese landen het toedienen van puberteitsremmers aan genderdysfore jongeren aan banden legt of zelfs helemaal stopzet, kiest de Gezondheidsraad in haar nieuwe advies juist voor doorgaan op de ingeslagen weg. Daarmee negeert zij zowel de internationale trend als de eigen twijfels over lange termijneffecten.
De Gezondheidsraad heeft haar langverwachte advies 'Transgenderzorg voor jongeren' uitgebracht. Het is te hopen dat de Minister van VWS dit advies naast zich neerlegt, want het heeft rampzalige gevolgen voor het welzijn van jongeren. De Gezondheidsraad geeft in het persbericht zelf aan waarom dit zo is: "De mate waarin de samenleving genderdiversiteit accepteert is mede van invloed op de keuze van jongeren om al dan niet met hormoonbehandelingen te beginnen."
Dit advies is er dan ook vooral op gericht om 'genderidentiteit' in de samenleving te 'bevestigen'. De titel van het persbericht luidt: "Transgenderzorg voor jongeren zorgvuldig ingericht". Kortom: niks aan de hand, mensen; wij zijn goed bezig in Nederland: het Dutch Protocol is een zegen voor kinderen met 'genderdysforie'.
Hoe heeft de commissie tot zo'n ideologisch gedreven advies kunnen komen? Omdat zij (ondanks alle afgegeven 'belangenverklaringen') niet onafhankelijk is. In een diepgravend artikel in het Nederlands Juristenblad, eind vorig jaar, heeft hoogleraar privaatrecht Lodewijk Smeehuijzen laten zien dat van de twaalf commissieleden er zes "(…) direct of indirect betrokken zijn of waren bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-seksehormonen". Twee commissieleden waren co-auteurs van een artikel in Medisch Contact (14 sept. 2023), getiteld "Maak richtlijnen lhbtiq+-sensitief".
In dit pamflet worden seksuele geaardheid, 'genderidentiteit', intersekse en nog iets ('+') op één hoop gegooid en gebombardeerd tot 'lhbtiq+-identiteit'. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het advies van de Gezondheidsraad genderdysforie wordt gedefinieerd als "(..) een diep gevoel van onbehagen als gevolg van de genderincongruentie" – wanneer "de genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat is toegekend bij geboorte". In het Medisch Contact pamflet stellen de auteurs de vraag: "Maar kun je nog zomaar ongestraft stellen dat genderdysforie een stoornis is? Neen.". Volgens hen moet er "kritisch naar negatieve uitspraken over genderdysforie worden gekeken", en kan een "cisnormatief perspectief" leiden tot slechtere zorg.
Hoewel de commissie bestaat uit louter academici, staat het advies bol van onwetenschappelijke termen als "genderidentiteit", "cisgender" en "geslacht dat is toegekend bij de geboorte". Door steeds deze terminologie te gebruiken wordt de indruk gewekt dat dit feitelijke wetenschappelijke begrippen zijn. Dat zijn ze echter niet, zoals onlangs nog besproken in een opinie-artikel in Trouw, ondertekend door een breed samengestelde groep artsen, psychologen, onderzoekers, politici en publicisten.
In deze open brief aan de Gezondheidsraad wordt met betrekking tot 'transgenderzorg' de vraag gesteld: "Wat behandelen we eigenlijk?". De ondertekenaars merken op dat "Onvrede met je geslacht kan komen én gaan", en verwijzen daarbij naar onderzoeken die aantonen dat genderdysforie bij veel jongeren voorbijgaat.