Minister Letschert zet wetenschappelijke innovatie voor aap
Minister Letschert kiest ervoor apenonderzoek voort te zetten, terwijl de Tweede Kamer eerder een afbouw naar proefdiervrije methoden had vastgelegd. Het besluit staat haaks op Europese innovatiestrategie en onderzoeksevidentie.
In de afgelopen vijftig jaar hebben we de mens op de maan gezet, het menselijk genoom ontrafeld en met kunstmatige intelligentie een technologische revolutie in gang gezet. Maar als het gaat om onderzoek met apen, werken we nog volgens dezelfde principes als tientallen jaren geleden. Toch kiest minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert ervoor om vast te houden aan deze verouderde onderzoeksmethode. Waarom blijven we vertrouwen in apenonderzoek, als betrouwbare, mensgerichte onderzoeksmethoden beschikbaar zijn?
Die vraag is actueler dan ooit. Als het aan staatssecretaris Martijn van Dam lag, was Nederland in 2025 voorloper in proefdiervrije innovaties. Een ambitie die hij in 2016 uitsprak. Tien jaar later kiest minister Letschert er juist voor om vast te houden aan apenonderzoek, laat ze weten in een brief aan de Eerste Kamer. Argumenten waarop ze zich baseert, worden al jarenlang herhaald, maar overtuigend bewijs in de praktijk blijft uit.
Radicale koerswijziging
Die keuze om te blijven inzetten op apenproeven staat haaks op de koers die de politiek in 2025 nog leek in te slaan. De Tweede Kamer nam een motie van Kamerlid Kostić aan, waarin werd vastgelegd dat de subsidie voor het Biomedical Primate Research Centre (BPRC, het apenonderzoekscentrum in Rijswijk) tussen 2025 en 2030 steeds verder verschoven moet worden van onderzoek met apen naar proefdiervrije modellen.
Ook de Eerste Kamer stemde in met de begroting. Pogingen om die koers terug te draaien volgden snel. Een motie van Caroline van der Plas (BBB) haalde geen meerderheid, maar een latere motie van VVD-Kamerlid Rajkowski wel. Hierdoor werd de afbouw van dierproeven een papieren ambitie en verdween de garantie dat publiek geld wordt geïnvesteerd in proefdiervrije innovatie. Minister Letschert bevestigt met haar brief dat het bestaande systeem opnieuw voorrang krijgt.
Een systeem dat zichzelf in stand houdt
De brief van minister Letschert laat zien hoe moeilijk het is om het huidige onderzoekssysteem te veranderen. Niet omdat proefdiervrije innovaties ontbreken, maar omdat dierproeven nog altijd de norm zijn. Nieuwe, mensgerichte modellen moeten telkens opnieuw bewijzen dat ze minstens zo goed zijn, terwijl de voorspellende waarde van dierproeven niet op dezelfde manier ter discussie wordt gesteld.
Dat is een fundamentele ongelijkheid. Decennialang onderzoek met apen heeft voor aandoeningen als Alzheimer en Parkinson geen doorbraak in behandeling opgeleverd. Tegelijkertijd bevestigen nieuwe mensgerichte modellen steeds vaker dat belangrijke biologische processen tussen mens en dier wezenlijk verschillen. Toch ligt de bewijslast bij de nieuwe technologie. Daardoor kiezen we niet voor de beste wetenschap, maar voor het vertrouwde, bestaande systeem met dierproeven.
Investeer in de toekomst, niet in het verleden
Ook geopolitieke argumenten veranderen niets aan dit fundamentele probleem. Strategische onafhankelijkheid vraagt niet om het in stand houden van bestaande onderzoeksmodellen, maar om investeringen in de wetenschap die ons ook de komende decennia vooruithelpen. Wie vasthoudt aan verouderde methoden, houdt een systeem in stand dat internationaal steeds verder wordt afgebouwd en ontneemt proefdiervrije innovaties de ruimte om de nieuwe standaard te worden.
Volgens de onlangs gepresenteerde roadmap vanuit de Europese Commissie zijn proefdiervrije innovaties de toekomst. Ze leveren betrouwbaardere resultaten voor mensen op en geven Europa een wetenschappelijke en economische voorsprong. Dat sluit bovendien aan bij de ambitie die voormalig staatssecretaris Van Dam al uitsprak: Nederland als voorloper in proefdiervrije innovatie. Publiek geld hoort daarom niet een aflopende technologie in stand te houden, maar te investeren in de onderzoeksmethoden die de toekomst zijn.